zondag 26 oktober 2014

Vervolgverhaaltje "Vervelende jongens" met Daan en de andere kinderen uit de klas


Het is woensdagmiddag. De schoolbel is net gegaan en alle kinderen lopen de klas uit naar buiten. Daan pakt zijn schooltas van de kapstok, doet zijn jas aan en loopt als een van de laatsten naar buiten. Het schoolplein is al bijna leeg.

Daan pakt zijn step en wil het hek doorrijden naar buiten. Bij het hek staan kinderen die hij niet kent. Ze komen van een andere school. ‘Wat heb jij een mooie step. Net iets voor mij’, zegt de grootste van het stel. Daan kijkt op. ‘Hebben ze het tegen mij?’, denkt hij.

Twee jongens steken hun hand uit naar de step van Daan. Daan schrikt. Ze zullen toch niet zijn step afpakken? De jongens lachen. Het klinkt gemeen. Daan wil snel wegrijden, maar de jongens staan in de weg. Wat moet hij nu doen? De vervelende jongens pakken het stuur al vast.

‘Blijf af!’ hoort Daan plotseling achter zich. Hij kijkt om. Bijna zijn hele klas staat achter hem!

‘Blijf af!’, zegt Giel nog een keer. ‘Ga ergens anders spelen’ zegt Kasper, ‘en kom ons niet plagen.’ Yvette zegt: ‘We willen jullie hier niet meer zien, als jullie hier komen vervelen. Ga toch fietsen in het bos, of voetballen op het veld. Dat is heel wat leuker.’

De vervelende jongens doen een stap naar achteren en kijken elkaar aan. Hier hadden ze niet op gerekend! Uiteindelijk stappen ze op hun fiets en gaan weg.

Daan staat nog een beetje te bibberen op zijn benen. ‘Gisteren waren ze hier ook al’, zegt Bas. ‘Toen moesten ze mij hebben. Maar gelukkig kwam mijn broer net op tijd aangelopen. Dus we hebben vandaag goed gekeken of ze er weer waren. Toen we ze zagen hebben we iedereen er snel bij gehaald.’

‘Ik denk niet dat ze nu nog terugkomen!’, zegt Giel. ‘Ze weten nu dat wij vrienden zijn. En echte vrienden helpen elkaar altijd!’ Het gezicht van Daan klaart op. Zei Giel nu ‘vrienden’? Zouden ze bedoelen dat hij ook hun vriend is? Dat vindt hij fijn!

‘Kom maar, Daan’, zegt Giel. ‘Ik rijd wel mee met je naar huis.’ Giel woont toch een straat achter hem. Samen rijden ze weg.

Ze hebben geen last meer gehad van de vervelende jongens. Ze hebben ze zelfs nooit meer op school gezien! En Giel en Daan rijden voortaan altijd samen naar huis. Dat vinden ze allebei een stuk gezelliger.

woensdag 1 oktober 2014

Vervolgverhaaltje "Dierendag" met Inge, Zara en Roos



Vandaag is het dierendag. De juf heeft gezegd dat een paar kinderen hun huisdier mee naar school mogen nemen. Ze mogen hun huisdier aan de andere kinderen laten zien en er iets over vertellen.

Inge mag haar hond Pukkie meenemen en Uus mag zijn schildpadden meenemen. De schildpadden zijn best makkelijk. Die blijven gewoon in hun bak tijdens de les. Met Pukkie is dat iets lastiger. De juf heeft gezegd dat het hondje mee mag naar school, maar dat Inge er voor moet zorgen dat het beestje rustig blijft liggen tijdens de les.

Inge loopt de klas binnen met Pukkie. Pukkie kwispelt, zo leuk vindt ze het dat ze mee naar school mag en dat ze al de kinderen ziet. ‘Pukkie, Pukkie’, roept Zara. Pukkie kent Zara wel want Zara komt vaak bij hun spelen. Soms neemt ze dan ook een lekker hondenkoekje voor haar mee. Pukkie vindt Zara daarom erg lief! Ze loopt naar Zara toe en geeft haar een lik in haar gezicht.

Pukkie mag lekker gaan zitten naast de stoelen van Inge en Zara. De deur van de klas staat nog open. De oortjes van Pukkie zijn gespitst en ze kijkt naar de gang. Een paar kinderen van andere klassen mochten ook hun huisdier meenemen. Ruikt Pukkie daar nu een konijntje? Pukkie gaat staan en steekt haar neus in de lucht.

Inge is ondertussen de schildpadden van Uus aan het bewonderen. Uus heeft er drie bij zich. Wat zijn ze lief en klein! Ook Zara staat erbij en mag er zelfs eentje vasthouden. Inge aait het schilpadje over zijn kop. Wat voelt dat grappig aan!

Dan draait Inge zich om naar haar stoeltje om weer te gaan zitten. Maar de plek naast haar stoel waar Pukkie net nog netjes zat is leeg. Pukkie is weg! Inge rent naar de deur. ‘Pukkie!’, roept ze.

Dan hoort ze kabaal in de klas naast haar eigen klas. De deur staat daar ook nog open, en ze hoort stoeltjes omvallen en kinderen roepen. Snel rent ze naar die klas. Daar ziet ze nog net hoe Pukkie over een tafeltje heen springt, en met een grote sprong bij het konijntje is dat daar op de grond zit. De kinderen die bij het konijntje op de grond zitten schrikken. Ze denken dat de hond het konijn zal opeten!

Maar gelukkig is Pukkie een heel lief hondje. Ze snuffelt een keer aan het konijn en likt het zachtjes over zijn rug. ‘Pukkie, hier!’ roept Inge. Pukkie kijkt om en komt er meteen vriendelijk aangelopen. ‘Nu hier blijven, hoor en niet meer weglopen!’, zegt Inge tegen het hondje. Samen lopen ze terug naar de klas.

Pukkie blijft de hele les braaf naast haar zitten, en laat trots de trucjes zien die Inge haar al heeft geleerd. En alle kinderen mogen haar aaien en knuffelen. Alleen Roos moet de hele ochtend niezen! Ze is blijkbaar ook allergisch voor honden. Maar Roos heeft vandaag wel uitgevonden dat ze niet hoeft te niezen van de schildpadden. Die hebben immers geen haren! Jij weet natuurlijk wel wat ze straks aan haar ouders gaat vragen als ze thuiskomt?

zaterdag 30 augustus 2014

Nieuws over de Boekpresentatie van "Iedereen is anders geboren"!


Zondag 21 september, 12.00 uur: Boekpresentatie "Iedereen is anders geboren" met Redouan Ait Chitt bij Boekhandel van Piere in Eindhoven. 
Redouan neemt het eerste exemplaar van het kinderboek “Iedereen is anders geboren” in ontvangst. Jij bent van harte welkom om hierbij te zijn!

Je kent Redouan van het televisieprogramma Everybody Dance now. Hij werd dit seizoen tweede! Je zou hem ook kunnen kennen van het bedankconcert voor Prinses Beatrix. Hij mocht daar optreden voor de Koninklijke familie.

Redouan is geboren met een korter rechterbeen, een korte rechterarm, in totaal vijf vingers en zonder rechterheup. Redouan is Famous Friend van NSGK (Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind) en zal je vertellen over zijn motto dat je alles kunt bereiken als je dat wilt. Kijk als je meer wilt weten op www.iamredo.com.

Waarom jij erbij moet zijn: 
Je kunt een handtekening van Redouan krijgen en je kunt met hem op de foto. Je krijgt een ballon en bij aankoop van het boekje “Iedereen is anders geboren” krijg je een rugzak cadeau (OP=OP). Er is ook een kleurwedstrijd waarmee je een door Redouan gesigneerd boekje kunt winnen.

Maar het is natuurlijk ook super leuk om te zien dat al je dromen kunnen uitkomen en je je door niets hoeft te laten beperken.

Over het boek:
In “Iedereen is anders geboren” worden 26 gewone kinderen uit een klas voorgesteld die allemaal anders zijn en iets speciaals hebben. De nadruk ligt hierbij niet op wat het kind anders maakt maar vooral op alles wat het kind leuk en lekker vindt of goed kan. De bedoeling is dat kinderen zich erin herkennen, dat ze zien dat er met iedereen wel iets is en dat ze leren om anderen te accepteren. Verschillende onderwerpen komen op een luchtige wijze aan de orde, zoals dyslexie, stotteren, astma, allergie, ADHD, autisme, schisis, hoogbegaafdheid en lichamelijke aandoeningen. Het boekje is vooral bedoeld voor kinderen van 3 tot 8 jaar.

Het is ook mogelijk om een boekje te bestellen met een speciaal verhaaltje voor je eigen kind. Als het kind iets heeft dat nu niet in het boekje voorkomt, kan een verhaaltje met bijbehorende tekening gemaakt worden over een kind dat hetzelfde heeft als het kind waar het boekje voor bestemd is. Zo herkent ook dit kind (en zijn of haar omgeving) zich in het boekje. Kijk voor meer informatie op www.iedereenisandersgeboren.nl onder het kopje Maatwerk. Van ieder verkocht maatwerk-boekje gaat twee euro naar NSGK.

Kijk voor meer info op www.iedereenisandersgeboren.nl en like ons op Facebook: www.facebook.com/iedereenisandersgeboren

Datum, Tijd en Locatie:
Zondag 21 september, 12.00 uur. Boekhandel Van Piere, Nieuwe Emmasingel 44 in Eindhoven.

Kleurwedstrijd
Win een exclusief exemplaar van “Iedereen is anders geboren” met de handtekening van Redouan. Kleur deze tekening van Redouan zo mooi mogelijk en lever hem voor zaterdag 20 september in bij Boekhandel Van Piere (of stuur hem op!). Uit de inzendingen worden vijf winnaars geloot. De winnaars krijgen het boekje op zondag 21 september door Redouan overhandigd.


Naam:
Adres:
Telefoonnummer:

vrijdag 29 augustus 2014

Vervolgverhaaltje 'Worteltjes" met Quint en Joris

Quint en Joris hebben vandaag samen afgesproken. Bij Quint. Het is vrijdagmiddag dus ze hebben lekker veel tijd. Het is de eerste keer dat Joris bij Quint afspreekt.

“Het is wel een eindje fietsen, hoor!”, zegt Quint tegen Joris. Bij het fietsenrek pakken ze hun fiets en ze stappen op. Joris fietst naast Quint. Al gauw rijden ze op het lange rechte fietspad richting het huis van Quint. Ze hebben wind tegen. Het valt niet mee om daar tegen in te fietsen. Quint trapt stevig door. “Pfff”, puft Joris, “fiets eens wat zachter, want ik kan je niet bijhouden!” Even fietst Quint wat minder hard. Dan zegt hij: “Kom op joh, zo doen we er hartstikke lang over. Je moet echt doorfietsen!” Hij besluit om Joris een beetje te duwen. Met een hand houdt hij zijn stuur vast en zijn andere hand zet hij op de rug van Joris. Zo gaat het in ieder geval een stuk sneller!

Na ruim een half uur fietsen komen ze bezweet en moe bij de boerderij van de ouders van Quint aan. “Wauw, wat moet jij iedere dag ver fietsen zeg”, zegt Joris bewonderend tegen Quint. Hij is blij dat hij zelf dicht bij de school woont. Hij hoeft maar drie minuten te lopen en dan is hij er al.

Ze zetten de fietsen op het erf neer en stappen de keuken in. Daar is de moeder van Quint. “Hallo, Joris, wat gezellig dat je er bent”, zegt ze vriendelijk. “Jullie zullen wel moe zijn van het fietsen. Lusten jullie een beker chocolademelk?” Ze maakt de chocolademelk met de verse melk van hun eigen koeien en zet de pan op het fornuis om hem op te warmen. Daarna schenkt ze de warme melk in en zet de dampende bekers op de keukentafel. Ze gaan gezellig aan de keukentafel zitten en praten over de ochtend op school.

De moeder van Quint vraagt of Joris vanavond wil blijven eten. Dan brengen ze hem en zijn fiets na het eten met de aanhanger terug. Dat wil Joris wel! “Wat eten jullie dan?”, vraagt Joris. “Worteltjes”, zegt de moeder van Quint. “Misschien kunnen jullie ze zelf dadelijk even uit de moestuin halen. Weet jij eigenlijk hoe worteltjes groeien, Joris?” “Tuurlijk”, zegt Joris, “aan een boom, natuurlijk.” De moeder van Quint moet een klein beetje lachen. “Oke, dan lijkt het me leuk als jullie zelf de worteltjes gaan plukken dadelijk! Quint, misschien wil je ook 10 aardappelen, 2 komkommers en 6 appels meenemen uit de tuin?”

Quint en Joris lopen samen naar de moestuin. Joris doet net alsof hij dit heel normaal vindt, maar eigenlijk heeft hij dit nog nooit gezien. Groente halen uit de tuin? Die haal je toch bij de supermarkt? Hij kijkt rond. Waar hangen die worteltjes nou?

Quint loopt naar een rij grote planten toe. Hij trekt er een uit de grond. Aan de wortels hangen grote bruine knollen vol zand. Aardappelen! “Gatsie”, roept Joris, “dat kun je toch niet menen? Die kunnen we toch niet eten! Ze komen uit de grond!” Quint lacht. “Natuurlijk wel, gekkie! Zo groeien toch alle aardappelen!” Hij veegt ze schoon met zijn handen, en inderdaad: ze beginnen te lijken op de aardappelen die Joris altijd in de winkel ziet. Quint stopt ze in een emmer en geeft deze aan Joris. Dan loopt hij naar een rij hoge planten die langs een stok groeien. Hieraan groeien komkommers. Joris mag er twee vanaf plukken. Hij begint deze manier van boodschappen doen eigenlijk wel erg leuk te vinden!

Ze stappen over het hek van de moestuin de boomgaard in. “Ha”, denkt Joris, “hier hangen zeker die worteltjes.” Hij kijkt rond en ziet appels en peren hangen, maar nog geen wortels. Samen plukken ze 6 mooie appels. “Mijn moeder gaat hier appelmoes van maken”, zegt Quint, “en die is me toch lekker!” Joris is benieuwd. Van al dat fietsen heeft hij best honger gekregen!

Nu nog de worteltjes. Quint loopt de boomgaard uit en loopt langs de boerderij naar achteren. Daar ligt een grote akker die vol staat met plantjes met lange, kleine blaadjes. “Nog steeds geen worteltjes te zien”, denkt Joris. Maar Quint trekt een bosje plantjes uit de grond en daaraan hangen 5 prachtige oranje worteltjes! Joris is verbaasd. “Nooit geweten dat worteltjes zo groeien!”, denkt hij. Ze trekken nog wat bosjes uit de grond tot ze voldoende hebben. Quint veegt de aarde van een worteltje af en steekt hem in zijn mond. Joris kijkt hem met een vies gezicht aan, maar volgt dan toch zijn voorbeeld. Hij bijt voorzichtig in het knapperige worteltje. “He, dat smaakt lekker”, zegt hij verbaasd. “Tuurlijk, is dat lekker, wat dacht jij dan”, lacht Quint.

Ze brengen alle spullen naar de moeder van Quint die er een heerlijk maaltje van maakt. Joris zit te smullen: zulke lekkere appelmoes heeft hij nog nooit gegeten. En zelfs de komkommer vindt hij heerlijk, terwijl hij altijd dacht dat hij geen groene dingen lustte.

Na het eten brengt de vader van Quint hem naar huis. Als hij ’s avonds in zijn bed ligt denkt hij terug aan de gezellige middag. “Ik hoop dat ik volgende week weer mag komen”, denkt hij. “Dan zou ik graag de kippen en de koeien willen voeren!” Tevreden valt hij in slaap.

woensdag 25 juni 2014

Vervolgverhaaltje "Het raam", met Mohammed en Olaf


Het is pauze. Mohammed speelt op het schoolplein. Hij heeft zijn bal mee naar school genomen. Hij laat de bal op zijn knie stuiteren en telt daar hardop bij: ‘ 1, 2, 3, 4…’ Olaf komt aanlopen en blijft staan. Nieuwsgierig kijkt hij wat Mohammed doet. Wat knap!

‘Mag ik mee doen?’ vraagt Olaf. ‘Goed’, zegt Mohammed. ‘Zullen we naar elkaar over voetballen?’ Olaf gaat aan de ene kant van het schoolplein staan en Mohammed een stukje verder. Vrolijk schoppen ze de bal naar elkaar toe. Olaf schopt steeds harder tegen de bal. ‘Niet zo hard, hoor’ roept Mohammed naar hem, ‘dan kun je niet zo goed mikken!’

Even gaat het goed. Maar dan trapt Olaf toch heel hard tegen de bal. De bal gaat de verkeerde kant op en gaat keihard door het raam van de lerarenkamer heen! Met een harde klap barst het raam kapot. Geschrokken staat Olaf stil. Mohammed staat met open mond te kijken. Alle kinderen op het schoolplein komen aangelopen om te kijken wat er is gebeurd. Het is muisstil op het plein.

Dan komt er iemand uit de deur van de lerarenkamer het schoolplein opgelopen. Het is de directeur! Hij heeft de bal onder zijn arm en kijkt boos. ‘Wie heeft de bal door het raam getrapt?’ vraagt hij streng. Even is het stil. Dan zegt Olaf met een klein stemmetje: ‘Ik, meneer’.

Mohammed kijkt van Olaf naar de directeur. Hij vindt het zielig voor Olaf. Hij stapt naar voren, en zegt: ‘We deden het samen, meneer. Het ging per ongeluk. We waren samen aan het spelen en toen ging de bal de verkeerde kant op. We deden het niet expres.’

Het gezicht van de directeur staat nu een stuk vriendelijker. Hij loopt naar de jongens toe en legt zijn handen op hun schouders. ‘Ok√©, goed van je dat je het voor je vriendje opneemt, Mohammed. Ik zal het raam laten maken. Maar voortaan wel goed opletten, hoor! Nu is de bal door het raam gegaan maar hij had ook tegen het hoofd van een ander kind aan kunnen komen.’

Olaf knikt. Hij heeft het goed begrepen, en zal voortaan beter opletten.

Als de jongens ’s middags naar buiten lopen wordt het raam van de lerarenkamer net gemaakt. Een half uurtje later zie je er niets meer van. ‘Gelukkig maar’, denkt Olaf!

dinsdag 27 mei 2014

Vervolgverhaaltje "Gymles" met Uus, Eefje, Joris en veel andere kinderen uit het boek

De klas heeft gym. De gymleraar heeft net uitgelegd wat de opdracht is. Hij heeft een hindernisbaan uitgezet in de gymzaal. De kinderen moeten hier in twee groepen zo snel mogelijk overheen. Ze moeten hierbij goed samenwerken om de opdrachten te kunnen uitvoeren. De groep die het snelst het hele parcours heeft afgelegd wint.

De gymleraar wijst Uus en Giel aan als aanvoerders van de twee groepen. Zij mogen de kinderen kiezen waarmee zij de opdracht denken te winnen.

Giel mag als eerste kiezen. ‘Paul’, hoort Eefje hem zeggen. ‘Ja hoor, daar gaan we weer’, denkt ze. Zij wordt altijd als laatste gekozen. Eerst worden altijd de sportieve, sterke jongens gekozen. Op zich logisch, want iedereen wil winnen. Die kans is natuurlijk het grootst met de beste spelers.

Maar ja, het gevolg is dat het altijd dezelfde zijn die als laatste gekozen worden. Zij dus, en meestal ook Joris. Niet echt leuk, maar ze is er inmiddels aan gewend. Ze staart naar haar schoenen.

‘Eefje’, zegt Uus. Verrast kijkt Eefje op. Zei hij nu echt Eefje? Uus kijkt haar lachend aan en gebaart met zijn arm dat ze naast hem moet komen staan. Blij huppelt ze naar hem toe. Uus geeft haar een high-five.

Giel kijkt verbaasd. Snel zegt hij ‘Quint’. Als Uus niet snel de sterksten van de klas kiest, doet hij het wel. Dat geeft hem meer kans om te winnen.

‘Joris’, zegt Uus. Ook Joris kijkt heel verbaasd, maar loopt dan blij naar Uus toe. Ook hij krijgt een stevige high-five van Uus.

Zo gaat het een tijdje door. Uus kiest Kasper, Tess en nog een aantal andere kinderen. Hij kijkt tevreden naar zijn groep. Hiermee kan hij de opdracht misschien wel winnen!

Uus heeft namelijk heel goed opgelet toen de gymleraar de hindernisbaan uitlegde. Het parcours begint ermee dat hij als aanvoerder met een ander kind op zijn rug naar de andere kant van de gymzaal moet rennen. Eefje, wist hij meteen. Die is het lichtste van de hele klas en met haar op zijn rug kan hij het hardste rennen.

Aan de andere kant van de zaal moet het kind staan dat als tweede werd gekozen. Dat kind moet met kracht en door zijn gewicht te gebruiken een zandzak omhoog hijsen. Echt iets voor Joris, dacht Uus.

Daarna moet een kind over een aantal hindernissen springen en weer terug naar de andere kant van de zaal rennen. Kasper natuurlijk.

Daar moest een kind door het wandrek naar boven en weer naar beneden klauteren. Iemand die erg lenig is, dus. Tess!

Zo had Uus voor alle opdrachten een kind in gedachten die dat het beste zou kunnen. Giel koos gewoon zoals altijd eerst de sterkste kinderen.

De wedstrijd gaat van start. Uus sprint met Eefje op zijn rug weg. Ze weegt bijna niets vindt hij! Giel is nog bezig om Paul op zijn rug te krijgen. Dat is een stuk lastiger want Paul is net zo groot en zwaar als hij!

Uus komt al aan bij Joris, en Joris begint meteen met hijsen. Dat gaat als een speer! De andere kinderen van de groep van Uus juichen en moedigen hem aan. De zandzak komt al boven aan als Giel met Paul op zijn rug pas halverwege de zaal is. Kasper begint meteen te rennen en springt met zijn lange benen moeiteloos over de hindernissen heen.

Inmiddels is Quint van de andere groep ook begonnen met hijsen. Hij is sterk dus dat gaat ook snel.

Maar niet snel genoeg want aan de andere kant van de zaal tikt Kasper al op de schouder van Tess. Het teken dat Tess mag beginnen te klimmen. Soepel beweegt ze snel tussen de treden van het wandrek naar boven, en weer naar beneden. Ze hebben nu al een enorme voorsprong!

Ook de andere kinderen van de groep van Uus weten de voorsprong te behouden. Zijn groep komt als eerste over de finish en ze winnen! Blij springen ze met hun armen over elkaar in een rondje heen en weer terwijl ze hard juichen.

De kinderen van de groep van Giel komen aanlopen en feliciteren hen. Ook de gymleraar komt lachend aanlopen. Uus is de terechte winnaar, hij heeft het beste gebruik gemaakt van de kwaliteiten van alle kinderen in zijn groep!

zaterdag 26 april 2014

Vervolgverhaaltje "De skelter" met Wouter en Tess

Het is maandagochtend. Trots als een pauw rijdt Wouter op zijn nieuwe skelter naar school. Achterop zit Tess. Zij woont bij hem in de straat en ze spelen vaak samen. Eigenlijk is ze zijn beste vriendin. Vanmorgen heeft Wouter al vroeg bij haar aangebeld om zijn skelter aan haar te laten zien.

Gisteren was het rommelmarkt. Wouter was er al de hele week een beetje zenuwachtig voor. Zouden ze er een skelter verkopen? Die ochtend was hij al om half zes opgestaan om als een van de eersten op de rommelmarkt te zijn. Zijn vader ging met hem mee. Hij mocht achterop de fiets bij zijn vader. Het was stil op straat. Bij bijna alle huizen waren de gordijnen nog dicht.

Op de rommelmarkt liep hij snel langs alle kraampjes. Nee, nee, nee en weer nee. Hij begon de hoop een beetje te verliezen. Zou er wel een skelter zijn?

Plotseling zag hij hem. Zijn droomskelter. Hij glansde in het vroege ochtendlicht. Hij rende er naar toe en liet zijn hand over het glimmende blauwe stuur glijden. Dit was hem! Dit was de skelter die hij zocht. Hij had zelfs twee rode stoeltjes achter elkaar, dus er kon ook nog iemand meerijden!

‘Vind je hem mooi?’, hoorde hij achter zich. Een mevrouw keek hem aan. ‘We vragen er 50 euro voor. Hij is nog zo goed als nieuw en niet veel gebruikt. Mijn kinderen zijn er intussen te groot voor geworden.’, vertelde ze.

De moed zonk in zijn schoenen. Vijftig euro! Zoveel geld had hij niet! De mevrouw zag zijn gezicht en zag hoe prachtig hij de skelter vond. ‘Wat zou jij ervoor willen betalen?’, vroeg ze. ‘Ik heb 43 euro en 25 cent’, zei Wouter. ‘Verkocht voor 40 euro!’, zei de mevrouw. ‘Ik vind het erg fijn als iemand er veel plezier mee zal hebben en er blij mee is.’

Wouter sprong een gat in de lucht. Hij kon het bijna niet geloven: zijn droomskelter, helemaal voor hem! Hij kreeg er van de aardige mevrouw ook nog een aanhanger bij. Die had hij nog niet eens zien staan. Bijna zijn hele spaarpot was nu leeg, maar hij had nu wel precies wat hij het liefste wilde: zijn eigen skelter!

Hij reed op zijn nieuwe skelter naar huis en heeft de hele dag door de buurt gereden. Jammer genoeg was Tess niet thuis. Zij was in het weekend bij haar vader en hij moest dus tot de volgende dag wachten om hem aan haar te kunnen laten zien.

Nu komt hij aan op school. Alle jongens uit zijn klas komen aangerend. ‘Wauw!’, roepen ze, ‘Wouter, wat een prachtige skelter!’ ‘Zullen we vanmiddag samen in het bos gaan spelen?’ ‘Goed’, zegt Wouter, ‘Als Tess ook mee mag doen. Want zij is mijn beste vriendin!’

‘Lllleuk!’, zegt Tess blij. Ze heeft er nu al zin in!